Visie
Het onderwijs op de Wingerd is toekomstgericht en bereid de leerlingen voor op een zo groot mogelijke redzaamheid in de te verwachten woon-werksituaties en vrije tijdsbesteding.

Op basis van de kenmerken van de leerling populatie, relevante verschillen in onderwijs- en ondersteuningsbehoeften, wordt het onderwijs zodanig ingericht, dat er gewerkt kan worden aan realistische doelen per doelgroep. Het ontwikkelingsperspectief en leerroutes leiden hierbij naar de meest optimale uitstroombestemming.

Het onderwijs is hierbij zoveel mogelijk praktisch gericht, met de nadruk op voordoen, (in)oefenen, ervaren en toepassen. Gericht op de ZML-kenmerken is er extra tijd en aandacht om allerlei vaardigheden te leren, waarbij de groepsleiding voorspelbaar is in de relatie, maar ook t.a.v. wat er van de leerling verwacht wordt.

leerling populatie

Beschrijving doelgroepen
De Wingerd heeft  de leerlingenpopulatie verdeeld in doelgroepen, gericht op relevante verschillen in ontwikkelingsperspectief, onderwijsbehoeften en begeleidingsbehoeften. Er worden drie doelgroepen onderscheiden:

ZML doelgroep-regulier
ZML doelgroep-nabije begeleiding*
ZML doelgroep-belevingsgericht (EMB)

ZML doelgroep-regulier
Het betreft leerlingen met een lichte of matige verstandelijke beperking. Dit betekent dat er bij de leerling sprake is van: een IQ < 55, maar > 35, of een IQ 55-70 en daarbij sprake van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit een leerachterstand.

ZML doelgroep-nabije begeleiding
De problematiek van deze leerlingen verstoort in grote mate hun sociale en cognitieve ontwikkeling, hun leerprocessen en hun functioneren op school. Veelal gaat het om jongeren met ASS, ADHD, hechtingsstoornis of gedragsproblemen als gevolg van een andere stoornis. Het is voor deze leerlingen moeilijk om zichzelf, het gedrag van andere mensen en hun omgeving te interpreteren en te begrijpen. Vaak is de impulsbeheersing voor deze leerlingen een probleem. Dit geeft problemen in omgang met anderen, maar ook in het organiseren van taken en handelen.

ZML doelgroep-belevingsgericht (EMB)
De belevingsgerichte doelgroep is bedoeld voor leerlingen met een ernstige tot diepe verstandelijke beperking (IQ <35). Vaak is er tevens bijkomende problematiek (ASS, ernstige motorische stoornis, enz.). Veelal hebben we het over leerlingen met een grote zorgbehoefte. Van de school vergt dit een grote mate van begeleiding en zorg.

 leerstofaanbod
Net als in het basisonderwijs, zijn er ook voor de ZML scholen doelen opgesteld door de overheid: de zgn. kerndoelen ZML. Deze doelen zijn (of worden) op onze school verwerkt in leer-vormingsgebieden of “vakken”: Godsdienst, persoonlijkheidsontwikkeling, ontwikkelingsgericht werken, taal en communicatie, rekenen, oriëntatie op mens en wereld, creatieve vorming, motorische ontwikkeling en spelontwikkeling. In het SO is ons onderwijs grotendeels gericht op het verwerven van kennis en het opdoen van vaardigheden.

Spelontwikkeling
Spel vormt een belangrijk onderdeel in de ontwikkeling van een kind.
Leerlingen leren hun omgeving voor een groot deel kennen door middel van spel: denk aan imitatiespel en het spelen met anderen. Door het omgaan met spelmateriaal maken ze kennis met begrippen zoals klein, groot, hoog en laag. Spel vormt een belangrijk onderdeel in de ontwikkeling van een kind. 

Zelfbeeld
Hierbij gaat het er vooral om dat de leerlingen zich bewust worden van hun eigen ik. Ze leren omgaan met hun gevoelens: zeggen of ze iets wel of niet leuk vinden, kunnen aangeven dat ze hulp nodig hebben of dat ze boos zijn, verdrietig of blij. Het gaat er om dat ze zich zekerder voelen, enig inzicht krijgen in wat ze wel en niet kunnen, waar ze goed in zijn en wat minder goed gaat. Het is de bedoeling dat ze leren aangeven wat ze graag zouden willen of, als dit niet kan, leren kiezen uit iets dat door anderen wordt aangedragen.

Sociaal gedrag
Omgaan met anderen is een wezenlijk onderdeel van onze maatschappij. Het gaat hierbij om het maken van contact en hoe ik mij gedraag bij leerlingen en volwassenen. Wat doe ik bij ruzie of als er iemand verdrietig is. Het gaat om het leren samen met anderen iets te doen (werken, spelen). Leren omgaan met sociale regels, bijvoorbeeld: als iemand anders praat, ben ik stil; ik vraag iets op een beleefde manier.

Werkhouding
Werkhouding begint al bij het spelen, het is eigenlijk het gericht bezig zijn met iets, hier interesse voor hebben en het leren afmaken van een taak waar aan begonnen is. Dit is voor leerlingen een hele opgave en zeker in het begin is hier veel begeleiding bij nodig. Een belangrijk aspect is ook dat de leerlingen steeds meer leren om zelfstandig ergens mee bezig te zijn zonder voortdurend hulp van de leerkracht nodig te hebben.

Leergebied specifieke onderdelen
Taal
Taal is een belangrijk communicatiemiddel. We leren leerlingen gesproken en (eventueel) geschreven taal begrijpen en gebruiken. De meeste leerlingen leren lezen en schrijven, een gedeelte daarvan zelfs spelling. Op De Wingerd werken we met de Leesmethode ‘De Leeslijn’. Binnen deze methode werken wij aan het technisch leren lezen. Voor leerlingen die hier veel moeite mee hebben of niet aan Technisch Lezen toekomen is er signaal lezen. Hiervoor gebruiken we de methode “Zeggen wat je ziet”. M.b.v. deze methode bieden we de woorden als geheel aan i.p.v. letter voor letter in combinatie met pictogrammen.

Voor Mondelinge Taal gebruiken wij de methode Fototaal. Hiermee werken we heel gericht aan alle facetten die horen bij Mondelinge Taal. Zoals de naam van de methode ook al aangeeft, gebeurt dit in combinatie met foto’s.

Rekenen
Het rekenonderwijs is onder te verdelen in theoretisch en toegepast rekenen. Het theoretisch rekenen richt zich op het omgaan met hoeveelheden en getallen, op rekenvaardigheden, begrippen en bewerkingen. Het toegepast rekenen richt zich op het omgaan met geld, klokkijken, meten en wegen in relatie met de dagelijkse praktijk. Op De Wingerd werken we met de rekenmethodes: Wiswijs, Rekenzeker en Levend Rekenen.

Wereldoriëntatie/Oriëntatie op mens en wereld
Het perspectief van de leerlingen kan worden samengevat in;
‘Wat is mijn rol en plaats in de wereld die past bij mijn realiteit.
Het gaat hierbij om de onderdelen: Oriëntatie op de ruimte, Oriëntatie op tijd, Oriëntatie op natuur en milieu, Zorg voor natuur en milieu, Gezond en redzaam gedrag en Oriëntatie op de samenleving.

Verkeer
Op De Wingerd vullen we het verkeersonderwijs zo praktisch mogelijk in en besteden met name veel aandacht aan het ‘deelnemen’ in het verkeer als passagier, voetganger en fietser. We doen dit in het SO zowel individueel als in kleine groepjes.

Lichamelijke oefening/bewegingsonderwijs
Het bewegingsonderwijs is erop gericht dat de leerlingen leren zich een aantal belangrijke vaardigheden eigen te maken en is gericht op het plezier beleven aan lichaamsbeweging in vele vormen.

Zwemmen
De school beschikt over een klein zwembad . De jongste groepen maken hier gebruikt van. Bij deze leerlingen staat de watergewenning centraal. Daarnaast wordt er gezwommen door de groepen waarbij het accent meer gelegd wordt op een combinatie van onderwijs en zorg.

Godsdienstige vorming
Bijbelverhalen en de verwerking hiervan, gesprekken en het zingen van liederen geven mede inhoud aan de identiteit van de school. In het SO wordt dit binnen de eigen groepen gegeven.

leerlingenzorg
Niet alle leerlingen leren op dezelfde manier, in het zelfde tempo of hebben dezelfde leerpunten. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de belevingswereld en de mogelijkheden van elke leerling. Als een leerling op school komt wordt er een Ontwikkelingsperspectief (OPP) vastgesteld opgesteld. Hierin staan alle gegevens van de leerling die belangrijk zijn voor de leerkracht(en) van de groep. Vanuit het OPP worden na een aantal weken de eerste groepsplannen opgesteld. Hiermee werken wij binnen de groepen.

Tijdens een schooljaar werken wij met jaardoelen. We streven ernaar om de gestelde jaardoelen binnen een jaar te behalen. Dit doen we door een jaar op te splitsen in twee periodes.

De groepsplannen hebben een centrale plek binnen deze periodes. Voorafgaand aan een periode wordt een groepsplan opgesteld. Hierin staan kleine doelen waar binnen de groep specifiek aan wordt gewerkt. Halverwege een periode vindt er een thermometermoment plaats. Aan het einde van de periode worden de gestelde doelen geëvalueerd. Dit vindt plaats tijdens een analysegesprek tussen de leerkracht(en) en IB-er. Aan de hand van dit analysegesprek worden de doelen voor de volgende periode opgesteld. Dit wordt vervolgens weer verwerkt in een groepsplan.

In het groepsplan staat voor iedere leerling welke doelen we per vakgebied willen bereiken. Vakgebieden zijn onder andere taal en rekenen. Binnen deze groepsplannen is er ruimte om specifieke aandachtspunten t.a.v. de didactische en pedagogische aanpak voor elke individuele leerling op te nemen. Daarnaast kan er ook gevarieerd worden in leertijd en wordt de inzet van specifieke leer- en hulpmiddelen voor iedere individuele leerling vastgelegd binnen het groepsplan.

Gedurende het schooljaar zijn er twee oudergespreksavonden waarop de leerkracht met ouders de ontwikkeling van hun zoon/dochter bespreekt. Ouders krijgen ook de mogelijkheid om, tijdens deze oudergespreksavonden, een gesprek aan te gaan met specialisten en/of vakleerkrachten. Op de oudergespreksavond in februari wordt de voortgang besproken en aan het eind van het schooljaar, in juni, worden de jaardoelen geëvalueerd en de nieuwe jaardoelen voor het volgend schooljaar vastgesteld. Gedurende het schooljaar hebben verschillende disciplines binnen school regelmatig overleg over de voortgang van de ontwikkeling van uw kind.

Schoolmaatschappelijk Werk
De schoolmaatschappelijk werker is er ter ondersteuning van de school (commissie van begeleiding), de ouders, leerkrachten en leerlingen. De schoolmaatschappelijk werker heeft een uitgebreide kennis van externe zorg- en hulpverlening.

Onze maatschappelijk werker is: Marina Rozema. Zij is naast haar werk op school, tevens werkzaam voor MEE Friesland. U kunt haar advies vragen over allerlei zaken in het leven van u en uw kind, bijvoorbeeld het aanvragen van voorzieningen, bemiddeling naar zorg- en hulpverlenende instanties, als het thuis niet lekker loopt (opvoedings-, relatie-, financiële problemen), vragen over wonen en de toekomst van uw kind, etc. Schroom niet om uw vragen te stellen.

Onze maatschappelijk werker is aanwezig op dinsdagmiddag en  donderdagochtend. U kunt dan binnenlopen voor een korte vraag of de school bellen en verzoeken om een afspraak. Bij nieuwe leerlingen gaat de schoolmaatschappelijk werkster op huisbezoek.

E-mail: m.rozema@dewingerd-damwald.nl

De verwijsindex
Sinds het voorjaar van 2010 heeft onze school een convenant met het VIF-ZiZeO (Verwijsindex Fryslân Zicht op Zorg en Onderwijs). De verwijsindex is een digitaal instrument waarmee professionals- zoals hulpverleners, beroepskrachten binnen scholen en begeleiders- kinderen en jongeren tot 23 jaar die risico’s lopen of problemen hebben kunnen registreren.

Hoe werkt de verwijsindex?
De verwijsindex Fryslân is alleen toegankelijk voor professionals die met kinderen en jongeren werken. Als zij zich zorgen maken over een kind of jongere, geven zij een signaal af in de verwijsindex. Bij twee of meerdere signalen ontstaat er een match tussen betreffende professionals. Zij nemen in een vroeg stadium contact met elkaar op en maken een gezamenlijk plan van aanpak zodat het kind, de jongere en ouders snel passende hulp krijgen.

De verwijsindex Fryslân is gekoppeld aan de landelijke verwijsindex. Belangrijk wanneer een kind gaat verhuizen.

In de Commissie van Begeleiding  (zie ook hoofdstuk D.1) van De Wingerd worden leerlingen met uitzonderlijke problemen besproken en indien nodig gemeld bij de verwijsindex Fryslân. De leden van de CvB bespreken ook voor wie en wanneer het nodig is te participeren in een gezamenlijk overleg om de problemen rondom een leerling/kind op te lossen.

 onderwijsresultaten
We verzamelen frequent gegevens om het eigen handelen en de eigen prestaties te kunnen
evalueren. Hierdoor zijn we in staat verbeteringen aan te brengen in het onderwijsproces.
Informatie over de schoolkwaliteit krijgen we van:

Ouders en leerlingen
Omdat we het belangrijk vinden om te weten hoe u en uw kind tegen onze scholen aankijken houden we enquêtes. Aan de hand van de resultaten kan worden bekeken welke zaken tot meer tevredenheid zouden moeten leiden. De school zal op grond van de bevindingen verbeterdoelen formuleren.

Onderwijsinspectie
De onderwijsinspectie speelt in het kader van het scholentoezicht een rol door regelmatig de school te bezoeken en een oordeel uit te spreken over een aantal kwaliteitsaspecten. De geconstateerde verbeterpunten worden vervolgens door de school als actiepunten opgenomen in  ontwikkelplannen.

School (directie – specialisten – teamleden)
Behalve via toetsing en observatie krijgen we ook gegevens via het scoren van kwaliteitskaarten door de school. Het kwaliteitsinstrument WMK biedt de mogelijkheid om de kwaliteit van de school voor verschillende beleidsterreinen vast te stellen, te scoren en te analyseren. Op basis hiervan kunnen we plannen maken om de kwaliteit te verbeteren (en vast te houden).

Uitstroom leerlingen
Aan de hand van onze leerstoflijnen die gekoppeld zijn aan de uitstroomperspectieven en het referentieniveau, willen we de leerling volgen. Van belang is om bij herhaling te kijken of de te volgen koers de juiste is. Het aanbod wordt dan ook diverse keren getoetst, dit kan via methode gebonden toetsen, methode ongebonden toetsen en via de onafhankelijke Cito-toetsing.

Het CVB, de commissie van begeleiding beoordeelt of de leerling het goede aanbod en de juiste mate van begeleiding krijgt.